Beta
versie -
Delen:

Neem organische reststroom-verwaarding op in de omgevingsvisie

Juridische houdbaarheid
Hoog
Invloed
Gemiddeld
Overheidslaag
Gemeentelijk - Provinciaal - Nationaal  
R-ladder
R1 - 
R5 - 
R6  

Door gescheiden inzameling en hoogwaardige verwerking van organische reststromen expliciet op te nemen in de omgevingsvisie, maak je het onderdeel van de ambities en het beleid van de overheid.

Hoe kun je de omgevingsvisie toepassen?

In de omgevingsvisie leggen de gemeente, de provincie en het Rijk hun ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Ambities met betrekking tot het verwaarden van organische reststromen (bioafval en humane meststoffen) van huishoudens en bedrijven naar bodemverbeteraar (bijvoorbeeld compost) passen daar ook in.

De Nederlandse overheid heeft als doel gesteld om in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren en tegen 2030 al 50% circulair te zijn. Ook veel gemeenten hebben zich aan dit doel gecommitteerd.

Er zijn vier manieren waarop de Nederlandse economie zo circulair mogelijk kan worden gemaakt:

  • grondstoffengebruik verminderen,
  • grondstoffen vervangen,
  • levensduur verlengen, en
  • hoogwaardige verwerking.

Het verminderen en hoogwaardig verwerken van organische reststromen is volgens het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) hier een belangrijk onderdeel van. Het doel is organische reststromen binnen de voedselketen of daarbuiten, enerzijds zo veel mogelijk te voorkomen en anderzijds maximaal te hergebruiken. Dat is de transitie naar een gesloten, circulair systeem zonder onnodige en ongebruikte reststromen (KIA-LWV).

Het expliciet opnemen van doelstellingen rond het verminderen, gescheiden inzamelen en hoogwaardig verwerken van organische reststromen in de omgevingsvisie, zorgt voor inbedding in de beleidscyclus van de Omgevingswet. Dit vormt de basis voor verdere beleidsuitwerking, die vervolgens kan worden uitgevoerd. De omgevingsvisie dient ter onderbouwing van te maken keuzes en besluiten en zorgt voor doorwerking naar andere instrumenten die kunnen worden ingezet om het hoogwaardig verwerken van organische reststromen te stimuleren.

Zorg ervoor dat je een zo concreet en ambitieus mogelijke doelstelling over organische reststromen opneemt in je omgevingsvisie met enige flexibiliteit voor toekomstige ontwikkelingen, om bij latere wijzigingen nog eenvoudig aanpassingen te kunnen doen (lees: ambitieuzer te kunnen worden). Door het concreet maken van je doelstellingen in de omgevingsvisie dwing je jouw gemeente ertoe zich in te zetten om die concrete doelen ook daadwerkelijk te halen. En maak je het makkelijker deze doelen door te vertalen naar benodigde maatregelen. Een doelstelling kun je concreet maken door bijvoorbeeld tussentijdse subdoelen en mijlpalen op te nemen. En de doelstelling te koppelen aan concreet te behalen aantallen, percentages etc.

Uit de praktijk

Veel gemeenten en provincies benoemen het verwaarden van organische reststromen in hun omgevingsvisies. Voorbeelden zijn de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland.

De nationale omgevingsvisie (NOVI) benoemt ook het verwaarden en recyclen van reststromen om de kringlopen van nutriënten, water en energie te sluiten en om afval en restproducten te voorkomen. Maar er zijn nog geen omgevingsvisies bekend, waarin concrete doelstellingen en ambities over het hoogwaardig inzamelen en verwerken van organische reststromen zijn opgenomen.

De gemeente Rotterdam heeft organische reststromen ambitieuzer dan de meeste gemeenten in haar omgevingsvisie opgenomen met de volgende doelstelling: ‘ten minste één locatie in de stad met experimenteerruimte voor reststromen zonder de belemmering van afvalstatus wetgeving.” Rotterdam geeft aan dat wetgeving rond de afvalstatus beperkend werkt in de transitie om reststromen om te zetten tot een nieuwe grondstof. Daarom gaat de gemeente gebruikmaken van de experimenteerruimte in specifieke gebieden om af te kunnen wijken van de Omgevingswet.

Voorwaarden

  • Omgevingsvisies zijn zelfbindend. Dat betekent dat het beleid geen rechtstreekse werking heeft en daardoor burgers en bedrijven niet bindt. Het schept alleen verplichtingen voor het bestuursorgaan (bijvoorbeeld de gemeenteraad) die de visie heeft opgesteld.
  • Doordat de omgevingsvisie zelfbindend is, is het niet mogelijk om tegen de omgevingsvisie in bezwaar of beroep te gaan.
  • Gemeenten moeten rekening houden met de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks betrokken belangen. Gemeenten moeten dus altijd een afweging maken tussen het beschermen en benutten van alle relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving.

Juridische toelichting

Uit artikel 3.1, eerste lid, Ow volgt dat gemeenten verplicht zijn één omgevingsvisie vast te stellen. Volgens artikel 3.1, tweede en derde lid, Ow, zijn provincies en het Rijk ook verplicht om een omgevingsvisie vast te stellen.

Artikel 3.2 Ow bepaalt de inhoud van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie bevat een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied. Daarnaast beschrijft de omgevingsvisie de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid.

De gemeentelijke omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Vanuit de wet is er geen verplichting tot actualisatie van een omgevingsvisie en is het dus aan de gemeenteraad om te bepalen of en wanneer wijziging nodig is. Wel kan er in de omgevingsvisie een looptijd worden opgenomen als de gemeente wil aangeven wanneer wijziging in elk geval moet worden overwogen.

RechtsgebiedPubliekrecht > Omgevingsrecht
CiteertitelOmgevingswet
Artikel3.1, 3.2
Geldig vanafInvalid Date